Meelezen op woensdag

Meelezen op woensdag
2)         JHWH was met Jozef,
            hij was een man die gelukte.
            Hij was in het huis van zijn heer, de Egyptenaar.
3)         Toen zijn heer zag dat JHWH met hem was
            en dat JHWH alles wat hij deed door zijn hand liet gelukken,
4)         vond Jozef genade in zijn ogen:
            hij kreeg hem te bedienen.
            Hij stelde hem aan over het huis
            en alles wat hij had, gaf hij in zijn hand.
5)         En het geschiedde:
            vanaf het moment dat hij hem had aangesteld over zijn huis
            en over alles wat hij had,
            dat JHWH het huis van de Egyptenaar zegende omwille van Jozef.
            De zegen van JHWH was over alles wat hij had
            over het huis en over het veld.
6)         Hij liet alles wat hij had in Jozefs hand
            en met hem bij zich nam hij van niets meer kennis
            behalve van het brood dat hij at.
            Jozef was mooi van gestalte en mooi om te zien.

7)         En het geschiedde na deze dingen
            dat de vrouw van zijn heer haar oog op Jozef liet vallen en zei:
                        Kom bij mij liggen!
8)         Maar hij weigerde.
            Hij zei tot de vrouw van zijn heer:
                        Zie, mijn heer neemt,
                        met mij bij zich,
                        geen kennis van wat er is in het huis,
                        en alles wat hij heeft gaf hij in mijn hand.
9)                    Zelf is hij niet groter in dit huis dan ik
                        en hij heeft mij helemaal niets onthouden
behalve jou omdat jij zijn vrouw bent.
                        Hoe zou ik dan dit grote kwaad doen
                        en zondigen tegen God?
10)       En het geschiedde
            toen zij dag in dag uit tot Jozef sprak
            dat hij naast haar moest liggen
            en bij haar moest zijn
            dat hij haar geen gehoor gaf.
11)       Het geschiedde op zo’n dag
            dat hij naar het huis kwam om zijn werk te doen
            terwijl er van het huispersoneel niemand in huis was:
12)       Zij greep hem bij zijn kleed
            en zij zei:
                        Kom bij mij liggen!
            Maar hij liet zijn kleed in haar hand achter,
            vluchtte en ging naar buiten.
13)       En het geschiedde,
            toen zij zag, dat hij zijn kleed in haar hand had achtergelaten
            en naar buiten was gevlucht
14)       dat zij haar huisgenoten riep.
            Ze zei tot hen:
                        Zie!
                        Heeft hij daar een Hebreeuwse man bij ons laten komen
                        om zijn spel met ons te spelen.
                        Die komt naar mij toe om bij mij te liggen
                        maar ik riep met luide stem.
15)                  En het geschiedde,
                        toen hij hoorde dat ik mijn stem verhief en riep
                        liet hij zijn kleed bij mij achter,
                        vluchtte en ging naar buiten.
16)       Zij legde zijn kleed naast zich neer
            totdat zijn heer naar thuis zou komen.
17)       En zij sprak tot hem dezelfde woorden, en zei:
                        Komt daar die Hebreeuwse knecht naar mij toe,
                        die jij bij ons hebt laten komen
                        om met mij zijn spel te spelen!
18)                  En het geschiedde,
                        toen ik mij stem verhief en riep
                        liet hij zijn kleed bij mij achter,
                        en vluchtte naar buiten.
19)       En het geschiedde,
            toen zijn heer de woorden van zijn vrouw hoorde
            die zij tot hem sprak:
            ‘... dit en dat heeft jouw knecht met mij gedaan!’
            dat zijn toorn ontbrandde.
20)       Jozefs heer liet hem vastnemen
            en gaf hem over in het huis van bewaring
            de plaats waar de gevangenen van de koning gevangen zitten.
            Hij was daar in het huis van bewaring.
21)       Maar JHWH was met Jozef
            en hij betoonde hem trouw
            en schonk hem genade in de ogen van de overste van het huis van bewaring.
22)       De overste van het huis van bewaring gaf alle gevangenen,
            die in het huis van bewaring waren,
            in Jozefs hand
            en alles wat daar te doen was:
hij was het die het deed.
23)       De overste van het huis van bewaring zag niet meer om
naar wat er ook maar in zijn hand was
omdat JHWH met hem was,
wat hij ook deed:
JHWH liet het gelukken.


kijk hier meelezen terug


Wilt u Meelezen bijwonen. Aanmelden is niet nodig. Ook kunt het volgen via de livestream op ons YouTube-kanaal of op Kerkomroep Duinzichtkerk Den Haag.

Wilt u tijdens het meelezen vragen stellen over de teksten en de discussie, app Marga Boelens voor deelname aan de groepsapp. 

Meer info: Marga Boelens, 06- 40 28 04 83
 
terug