Welkom

Welkom
De Duinzichtkerk is een open huis van inspiratie en ontmoeting in Den Haag voor wie maar wil. Al meer dan negentig jaar komen hier mensen samen om wekelijks nieuwe inspiratie op te doen voor hun leven, hun werk en voor de wereld dichtbij en ver weg. Bron van inspiratie is het aloude Bijbelverhaal. In een wereld die gedomineerd wordt door de waan van de dag, heersende opinies en vooroordelen wordt wekelijks in dit verhaal een bevrijdende en hoopvolle tegenstem gehoord. In het verbinden van deze stem met de vragen van vandaag vinden op allerlei verschillende manieren velen elkaar in de Duinzichtkerk. Hartelijk welkom!
 
Volg Meelezen Volg Meelezen
 
                                   
Eerst volgende uitzending, woensdag 6 mei  14.00 uur, ds Ad van Nieuwpoort

Wat fijn dat u online meekijkt. Met veel aandacht en zorg maken wij de zondagse dienst. Wilt u hieraan bijdragen? klik hier
 
Duinzichtgesprek

Duinzichtgesprek

Op zondag 10 mei gaat Ad van Nieuwpoort in gesprek met Michel Krielaars over zijn laatste boek Rivier van bloed. Een cultuurgeschiedenis van de Wolga. Michel Krielaars is historicus en was jarenlang chef Boeken van NRC Handelsblad en van 2007 – 2012 Rusland-correspondent van deze zelfde krant. Tegenwoordig is hij redacteur van de boekenredactie van NRC.

Voor zijn werk in Rusland maakte hij veel reizen, onder andere langs de Wolga van Moskou tot Astrachan aan de Kaspische Zee. Om Rusland wat de kunnen begrijpen en ontrafelen is Krielaars in zijn laatste boek op zoek naar de oorsprongmythes. In die mythes komt hij tal van gruwelijkheden tegen die opvallende parallellen vertonen met het huidige schrikbewind van Poetin. En zijn conclusie is: de wortels van het Rusland van nu liggen in het verleden.

Dit gesprek wordt omlijst met Russische liederen door mezzosopraan Henriette Schenk en op accordeon Ellen Boers.

Na afloop signeren en meet&greet.

Zondag 10 mei om 16 uur in de Duinzichtkerk, Van Hogenhoucklaan 89

 
DuinzichtMuziek

DuinzichtMuziek
Klik hier om kaartjes te bestellen
 
In de Media

In de Media

Vandaag, 4 april 2026 in Trouw. Lees hier en hier

Predikant Ad van Nieuwpoort: Durven we op te staan tegen een politiek die ons de afgrond in helpt?

Het verhaal van Pasen gaat in de kern over moed, betoogt predikant Ad van Nieuwpoort. En niet in de ‘spierballen-zin’, maar in de zin van bewogen raken.

Als we iets nodig hebben deze dagen, dan is het wel Pasen. Paasverhalen zijn vanouds geschreven om in de crisis mensen een hart onder de riem te steken. De Paasverhalen in de Bijbel komen voort uit het kernverhaal van de uittocht uit Egypte. En dat is niet zozeer een historisch verifieerbare geschiedenis, maar een verhaal met een universele zeggingskracht. Het gaat over mensen die zuchten onder de knoet van een tiran die er alles aan doet om degenen die hij ziet als een bedreiging voor zijn macht te vernederen en te ontmenselijken. En de grote vraag is wie de moed heeft om deze Tiran aan te spreken.

lees meer »
 
In de Media

In de Media
Afgelopen zondag was Ad vaan Nieuwport te gast in de pauscast van KRO-NCRV over het bestrijden van populisme.
Kijk hier de aflevering van de pauscast terug
Luister hier naar de pauscast
 
Vacature kerkelijk bureau

Vacature kerkelijk bureau
De Duinzichtkerk zoekt per 1 september een medewerker voor de bezetting van het
kerkelijk bureau. Het kerkelijk bureau neemt naast de koster een centrale plaats in bij het
functioneren van de Duinzichtkerk. De werkzaamheden zijn administratief van aard en
bestaan voorts uit ondersteuning van de predikant, van kerkelijke activiteiten en van
specifieke projecten.
 
lees meer »
 
Meelezen op woensdag

Meelezen op woensdag
Hebben de woorden van de bijbel echt niets meer te zeggen of krijgen ze de kans niet? Het zou kunnen dat de bijbelse teksten zo bedolven zijn onder allerhande vooroordelen en misverstanden dat het de loont nog eens opnieuw naar ze te luisteren. 

Daarom bijna elke week op woensdag: meelezen met de predikant. In een geconcentreerd uur wordt de tekst gelezen die in de kerkdienst op de zondag daarop centraal staat.

De eerst volgende meelezen is op woensdag 6 mei 14.00 uur

Vandaag lezen wij: 
Genesis 43

1)      De honger in het land was zwaar.
  1. )      En het geschiedde
          toen zij het graan, dat ze uit Egypte hadden meegebracht,
          op was, opgegeten,
          dat hun vader tot hen zei:                                                                             
                            Keer terug en koop nog wat te eten voor ons!
  1. )      Juda zei tot hem:
                    Die man heeft ons streng gewaarschuwd:
                   ‘Jullie zullen mijn aangezicht niet te zien krijgen
                   als niet je broeder bij je is.’
4)                Alleen als jij bereid bent onze broeder met ons mee te sturen
                   zullen wij afdalen en eten voor je kopen.
5)                Maar als jij niet bereid bent hem mee te sturen
                   zullen wij niet afdalen,
                   want die man zei tegen ons:
                   ‘Jullie zullen mijn aangezicht niet te zien krijgen
                   als niet je broeder bij je is.’
6)      Israël zei:
                   Waarom hebben jullie mij kwaad gedaan
                   door die man te vertellen dat jullie nog een broeder hebben?
7)      Ze zeiden:
                   Die man vroeg naar ons en naar onze verwantschap,
                   hij vroeg:
                   ‘Leeft jullie vader nog? Hebben jullie een broeder?’
                   Wij hebben het hem verteld
                   in antwoord op zijn woorden.
                   Hoe konden wij weten dat hij zou zeggen:
                   ‘Laat jullie broeder afdalen’?
8)      Juda zei tot Israël, zijn vader:
                   Laat de jongen met mij meegaan
                   dan staan we op en gaan!
                   Wij zullen leven en niet sterven
                   wij, jij en onze kinderen.
9)                Ik, ik sta borg voor hem,
                   uit mijn hand mag jij hem opeisen:
                   kom ik niet met hem naar jou terug,
                   stel ik hem niet voor jouw aangezicht,
                   dan ben ik geen dag zonder schuld tegenover jou.
10)              Maar als we niet zo stonden te weifelen
                   dan waren we nu al twee keer teruggekeerd!
11)    Israël, hun vader, zei tot hen:
                   Als het dan moet, doe het dan zo:
                   Neem uitgelezen producten van het land mee in jullie reiszakken
                   en laat dat met jullie afdalen als geschenk naar die man:
                   mirre, honing, balsem, kruiden,
                   pistaches en amandelen, van alles wat.
12)              En neem twee maal zoveel zilver mee
                   Ook het zilver dat is teruggelegd boven in jullie tassen
                   breng dat eigenhandig terug
                   misschien was het een vergissing.
13)              En je broeder, neem hem mee.
                   Sta op en keer terug naar die man!
14)              Moge God Sjaddai zich erbarmen over jullie
                   voor het aangezicht van die man
                   dat hij je andere broeder met jullie meestuurt
                   en ook Benjamin.
                   En ik – moet ik mijn kinderen verliezen,
                   dan moet ik ze maar verliezen.
15)    De mannen namen dit geschenk mee.
          In hun hand namen ze twee maal zoveel zilver mee
          en Benjamin.
          Ze stonden op en daalden af naar Egypte
          en stonden voor het aangezicht van Jozef.

16)    En Jozef zag: bij hen was Benjamin.
          Hij zei tot de opperhuismeester:
                   Breng die mannen in mijn huis
                   Slacht een stuk vee en bereid het,
                   want deze middag zullen die mannen met mij eten.
17)    De man deed zoals Jozef had gezegd
          de man bracht de mannen naar het huis van Jozef.
18)    De mannen werden bang
          omdat ze naar het huis van Jozef werden gebracht.
          Ze zeiden:
                   Vanwege het zilver
                   dat de eerste keer in onze tassen is teruggekomen
                   zijn we hier gebracht
                   om ons te overrompelen
                   om ons te overmeesteren
                   om ons tot slaven te maken
                   samen met onze ezels.
19)    Ze klampten Jozefs opperhuismeester aan,       
          en ze spraken tot hem bij de ingang van het huis.
20)    Ze zeiden:
                   Ach mijn heer,
                   afgedaald waren wij de vorige keer
                   afgedaald om eten te kopen.
21)              En het geschiedde:
                   toen wij in het nachtverblijf gekomen waren
                   en onze tassen openden:
                   daar lag ieders zilver boven in zijn tas.
                   Wij brengen het terug, het volle gewicht van ons zilver.
                   Hier, in onze eigen handen.
22)              En ander zilver hebben wij, afdalend naar hier,
                   in onze eigen handen meegebracht
                   om eten te kopen.
                   Wij weten niet wie ons zilver in onze tassen heeft gedaan.
23)    Hij zei:
                   Vrede zij met jullie, vrees niet!
                   Jullie God, de God van jullie vaderen
                   heeft je een schat gegeven in jullie tassen,
                   ik heb de vorige keer uw zilver in goede orde ontvangen.
          Toen bracht hij Simeon naar buiten, bij hen.
24)    De man bracht de mannen in het huis van Jozef,
          hij gaf hun water om zich de voeten te wassen
          en gaf voer aan hun ezels.
25)    Zij legden het geschenk gereed voor de komst van Jozef in de middag
          want ze hadden gehoord dat ze daar brood zouden eten.

26)    Toen Jozef het huis binnentrad,
          brachten zij voor hem het geschenk in hun handen het huis in
          en ze bogen zich ter aarde voor hem neer.
27)    Hij vroeg of zij in vrede waren (Gn 37:14) en zei:
                   Jullie oude vader, over wie jullie het hadden,
                   Is hij in vrede?
                   Leeft hij nog?
28)    Ze zeiden:
                   In vrede is uw knecht, onze vader, 
                   ja, hij leeft nog.            
          Zij bogen en wierpen zich neer.
29)    Hij hief zijn ogen op,
          en hij zag Benjamin
          zijn broeder, de zoon van zijn moeder.
          Hij zei:
                   Is dat jullie kleinste broeder
                   over wie jullie het met mij hadden?
          Hij zei:
                   God zij je genadig, mijn zoon!
30)    En Jozef
          – innerlijk met ontferming over zijn broeders bewogen, (zie vs 14)
          hij moest wenen.
          Hij haastte zich zijn kamer in, en daar weende hij.
31)    Hij waste zijn gezicht en kwam naar buiten
          hij bedwong zich en zei:
                   Zet brood neer.
32)    Men zette het neer, voor hem apart en voor hen apart
          en apart voor de Egyptenaren die samen met hem aten.
          Egyptenaren mogen namelijk niet samen met Hebreeën brood eten
          dat is Egypte een gruwel
33)    Daar zaten zij voor zijn aangezicht,
          de eersteling op de plaats van de eersteling
          de jongste op de plaats van de jongste.
          De mannen keken elkaar stomverbaasd aan.
34)    Hij liet van voor zijn aangezicht het ene na het andere gerecht serveren.
          Het gerecht voor Benjamin was telkens vijfmaal groter
          dan de gerechten voor alle anderen.
          Zij dronken en ze werden dronken,
          samen met hem.
 
lees meer »