Welkom

Welkom
De Duinzichtkerk is een open huis van inspiratie en ontmoeting in Den Haag voor wie maar wil. Al meer dan negentig jaar komen hier mensen samen om wekelijks nieuwe inspiratie op te doen voor hun leven, hun werk en voor de wereld dichtbij en ver weg. Bron van inspiratie is het aloude Bijbelverhaal. In een wereld die gedomineerd wordt door de waan van de dag, heersende opinies en vooroordelen wordt wekelijks in dit verhaal een bevrijdende en hoopvolle tegenstem gehoord. In het verbinden van deze stem met de vragen van vandaag vinden op allerlei verschillende manieren velen elkaar in de Duinzichtkerk. Hartelijk welkom!
 
Volg Meelezen Volg Meelezen
 
                                   
Eerst volgende uitzending, woensdag 1 april  14.00 uur, ds Ad van Nieuwpoort

Wat fijn dat u online meekijkt. Met veel aandacht en zorg maken wij de zondagse dienst. Wilt u hieraan bijdragen? klik hier
 
Pasen

Pasen
 
Verwacht

Verwacht

 

 
In de Media

In de Media
Afgelopen zondag was Ad vaan Nieuwport te gast in de pauscast van KRO-NCRV over het bestrijden van populisme.
Kijk hier de aflevering van de pauscast terug
Luister hier naar de pauscast
 
Meelezen op woensdag

Meelezen op woensdag
Hebben de woorden van de bijbel echt niets meer te zeggen of krijgen ze de kans niet? Het zou kunnen dat de bijbelse teksten zo bedolven zijn onder allerhande vooroordelen en misverstanden dat het de loont nog eens opnieuw naar ze te luisteren. 

Daarom bijna elke week op woensdag: meelezen met de predikant. In een geconcentreerd uur wordt de tekst gelezen die in de kerkdienst op de zondag daarop centraal staat.

De eerst volgende meelezen is op woensdag 1 april 14.00 uur

Vandaag lezen wij:
Genesis 41

1)         En het geschiedde aan het einde van twee jaren van dagen
            dat farao droomde:
            aan de Stroom staat hij.
2)         Daar komen uit de Stroom zeven koeien op
            mooi om te zien en vet van vlees,
ze grazen tussen het riet.
3)         Dan komen zeven andere koeien na hen op uit de Stroom,
            lelijk om te zien en mager van vlees
            en ze gaan staan naast die koeien aan de oever van de Stroom.
4)         Dan vreten de koeien, die lelijk zijn om te zien en mager van vlees
            de zeven koeien, die mooi zijn om te zien en vet, op.
            Toen werd farao wakker.
5)         Hij sliep weer in en droomde voor de tweede keer:
            daar komen aan één enkele halm zeven aren op, vet en goed.
6)         Dan schieten na hen zeven aren op, mager en door oostenwind geteisterd.
7)         De magere aren verslinden de zeven vette en volle aren.
            Toen werd Farao wakker:
            wat een droom!

8)         En het geschiedde in de morgen
            dat zijn geest onrustig was.
            Hij liet alle magiërs van Egypte en al zijn wijzen roepen.
            farao vertelde hun zijn droom
            maar er was niemand die voor farao kon uitleggen.
9)         Toen sprak de overste van de schenkers tot farao en zei:
                        Vandaag moet ik mijn zonden in gedachtenis brengen.
10)                   Toen farao toornig was op zijn knechten
                        stelde hij mij in bewaring in het huis van de overste van de paleiswacht
                        mij en de overste van de bakkers.
11)                   Wij droomden een droom, in één en dezelfde nacht, ik en hij
                        een afzonderlijk te duiden droom droomden wij.
12)                   Nu was daar bij ons een Hebreeuwse jongen
                        een slaaf van de overste van de paleiswacht.
                        Wij vertelden hem onze dromen en hij legde ze ons uit,
                        Ieders droom legde hij uit.
13)                   En het geschiedde zoals hij ze ons uitlegde, zo is het gebeurd.
                        Mij liet men weer terugkeren op mijn post,
                        hij werd gehangen.  
.

14)       Farao liet Jozef roepen.
            In allerijl werd hij uit de put gehaald,
            geschoren, schone kleren aan en kwam bij farao.
15)       Farao zei tegen Jozef:
                        Ik heb een droom gedroomd
                        maar er is niemand die hem kan uitleggen.
                        Nu heb ik over jou horen zeggen
                        dat jij een droom maar hoeft te horen om hem te kunnen uitleggen.

16)       Jozef antwoordde farao:
                        Niet ik,
                        maar moge God aan farao een bevredigend antwoord geven.
17)       Farao sprak tot Jozef:
                        In mijn droom:
                        sta ik aan de oever van de Stroom.
18)                   Daar komen zeven koeien op uit de Stroom
                        vet van vlees en mooi van gestalte,
                        ze grazen tussen het riet.
19)                   Maar daar komen na hen zeven andere koeien op
                        armelijk, zeer lelijk van uiterlijk en schraal van vlees
                        zo lelijk als deze heb ik ze in het hele land Egypte nog nooit gezien.
20)                   En de schrale en lelijke koeien vreten de zeven eerste, de vette koeien op.
21)                   Die slokken ze naar binnen,
                        maar het is niet te merken dat zij ze hebben opgeslokt,
                        ze zijn nog even lelijk om te zien als eerst.
                        Toen werd ik wakker.
22)                   En toen zag ik in mijn droom:
                        daar komen zeven aren op aan één enkele halm, vol en goed.
23)                   Maar daar schieten na hen zeven aren op, hard, mager
en door oostenwind geteisterd.
24)                   De zeven magere aren verslinden de zeven goede aren.
                        Ik heb het gezegd aan de magiërs
                        maar er is niemand, die het mij kan verklaren.

25)       Jozef zei tot Farao:
                        De droom van Farao is één en dezelfde.
                        Wat God wil gaan doen, vertelt hij aan Farao.
26)                   De zeven goede koeien zijn zeven jaren
                        en de zeven goede aren zijn zeven jaren
                        één en dezelfde droom is het.
27)                   En de zeven schrale en lelijke koeien, die na hen opkomen, zijn zeven jaren
                        en de zeven lege, door oostenwind geteisterde aren
                        zeven jaren van honger zullen het zijn.
28)                   Dit is het woord, dat ik tot farao spreek:
                        Wat God wil gaan doen, laat hij aan farao zien.
29)                   Weet, er komen zeven jaren aan
van grote overvloed in heel het land Egypte
30)                   maar daarna staan zeven jaren van honger te wachten.
                        Vergeten is in het land Egypte al die overvloed,
                        de honger zal het hele land verteren
31)                   niemand in het land zal nog van overvloed weten
                        door de honger die daarna komt
                        want die zal zeer zwaar zijn.
32)                   Dat de droom van farao zich herhaalde en tweemaal kwam
                        is omdat het woord vaststaat van Godswege
                        en God zich haast om het te doen.


33)                   Nu dan, laat Farao uitzien naar een man, verstandig en wijs
en die aanstellen over het land Egypte.
34)                   Dit zou Farao kunnen doen:
                        hij kan bestuurder aanstellen over het land
                        en het land Egypte in vijven delen in de zeven jaren van overvloed.
35)                   Verzamelen moeten ze al het eten van de goede jaren die komen
                        en graan als eten opslaan op last van farao
in de steden en het bewaren.
36)                   Dat zal het eten zijn als voorraad voor het land
                        voor de zeven jaren van honger
                        die er in het land Egypte zullen zijn
                        opdat het land niet vernietigd wordt door de honger.

37)       Dit woord was goed in de ogen van Farao
            en in de ogen van al zijn knechten.
38)       Farao zei tegen zijn knechten:
                        Zou er een te vinden zijn als deze man
                        Met zo’n geest van God?
39)       Farao zei tegen Jozef:
                        Nadat God jou dit alles kenbaar heeft gemaakt
                        is er niemand zo verstandig en wijs als jij.
40)                   Jij, je zult over mijn huis gaan.
                        Naar jouw bevel zal heel mijn volk zich richten
                        alleen wat de troon betreft zal ik groter zijn dan jij.
41)                   Farao zei tegen Jozef.
                        Zie, ik vertrouw het hele Egypte aan jou toe.
42)       Farao deed zijn zegelring van zijn hand
            en deed die aan de hand van Jozef.
            Hij kleedde hem met linnen kleren
            en deed hem een gouden halsketting om.
43)       Hij liet hem rijden op zijn tweede wagen
            en liet voor hem uit roepen: Avreek, kniel neer!
            Hij stelde hem over het hele land Egypte.
44)       Farao zei tegen Jozef:
                        Ik ben Farao
                        maar buiten jou om zal niemand zijn hand of zijn voet opheffen
                        in heel het land Egypte.
45)                   De naam van Jozef die Farao proclameerde was: Safenat-Paneach.
                        Hij gaf hem Asnat, de dochter van Potifera, de priester van On, tot vrouw.
            Jozef trok uit, het land Egypte door.
46)       Jozef was dertig jaar
            toen hij voor het aangezicht van farao, de koning van Egypte, stond.
            Jozef trok uit, weg van farao
            en doorkruiste het hele land Egypte.

47)       In de zeven jaren van overvloed
            droeg het land, bij handen vol.
48)       Hij verzamelde al het voedsel van de zeven jaren
            die er in het land Egypte waren
            en bracht het voedsel in de steden
            het voedsel van het veld dat rondom de stad lag
            bracht hij daarbinnen.
49)       Jozef hoopte graan op als zand van de zee
            zo ontzettend veel, dat men ophield met tellen
            want er was geen tellen aan.

50)       Jozef werden twee zonen geboren
            vóór het jaar van de honger kwam.
            zonen die Asnat de dochter van Potifera,
            de priester van On, hem baarde.
51)       Jozef gaf de eersteling de naam: Manasse, `Die-laat-wegvallen’
            want: God heeft al mijn moeite
            en heel mijn vaderhuis voor mij laten wegvallen.
52)       En de tweede gaf hij de naam: Efraïm, `Dubbelvrucht’
            want: God heeft mij vruchtbaar gemaakt in het land van mijn verdrukking.
53)       De zeven jaren van overvloed die er waren in het land Egypte liepen ten einde
54)       en de zeven jaren van honger begonnen er aan te komen
            zoals Jozef had gezegd.
            Er was honger in alle landen
            maar in heel het land Egypte was brood.
55)       Heel het land Egypte begon honger te lijden
            en het volk schreeuwde tot Farao om brood
            maar Farao zei tot heel Egypte:
                        Ga naar Jozef!
                        Wat hij jullie zegt, doe dat!
56)       Honger was er over heel de aarde
            en Jozef opende alle voorraadschuren
            en hield graanverkoop voor Egypte.
            Want de honger werd sterker in het land Egypte.
57)       Van heel de aarde kwam men naar Egypte
            om graan te kopen bij Jozef
            want de honger was sterk over heel de aarde.


En

Matteus 28 : 1 - 10

1)         Laat na de Sabbat
            bij het aanlichten van de eerste dag van de week,
            kwamen Maria Magdalena en de andere Maria
om het graf te bezien.
2)         En zie:
            er geschiedde een grote aardbeving
            want een engel van de Heer daalde neer uit de hemel,
trad naderbij,
            wentelde de steen weg
en ging daarop zitten.
3)         Zijn gedaante was als een bliksem
en zijn kleding wit als sneeuw.
4)         De bewakers beefden van vrees voor hem
en werden als doden.

5)         Maar de engel antwoordde en zei tot de vrouwen:
                        Vrees niet,
want ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken.
6)                     Hij is hier niet,
want hij is opgewekt,
                        zoals hij heeft gezegd.
                        Kom, zie de plaats waar hij lag,
7)                     en ga snel en zeg zijn leerlingen dat hij is opgewekt uit de doden:
                        En zie:
                        Hij gaat jullie voor naar Galilea;
                        dáár zullen jullie hem zien.
                        Zie: ik heb het jullie gezegd!

8)         Zij gingen snel weg van het graf
            met vrees en grote blijdschap
            en renden om het zijn leerlingen te verkondigen.
9)         En zie:
            Jezus kwam hun tegemoet en zei:
                        Wees blij!
            Zij traden naderbij, grepen zijn voeten en aanbaden hem.
10)       Toen zei Jezus tot hen:
                        Vrees niet!
                        Ga heen, verkondig mijn broeders
                        dat ze naar Galilea moeten gaan,
                        dáár zullen zij mij zien.



 
lees meer »
 
Kom de verdeeldheid te boven Kom de verdeeldheid te boven